Onderzoek naar aangeboren afwijkingen

Er zijn aanvullende onderzoeken mogelijk naar de gezondheid van jullie kindje.
Omdat het voor veel stellen een moeilijke keuze blijkt te zijn, of ze wel of geen gebruik willen maken van deze prenatale onderzoeken, sturen wij na je aanmelding voor zwangerschapsbegeleiding aanvullende informatie toe.

De combinatietest

Vroeg in de zwangerschap (tussen 11 en 14 weken) bestaat er de mogelijkheid om kansberekenend onderzoek te doen naar het Downsyndroom (trisomie 21) , Edwardssyndroom (trisomie 18) en het Patausyndroom (trisomie 13). Door middel van een echoscopische meting van de nekplooi van de baby en een bloedonderzoek bij de moeder kan worden berekend hoe groot de kans is dat het ongeboren kindje een van deze syndromen heeft.

Bij een verhoogde kans, dat dit betekent dat de kans groter is dan 1:200, kan met een vervolgonderzoek worden bepaald of het kindje inderdaad een van deze syndromen heeft.
Je kunt dan kiezen voor de NIPT (sinds 1-4-2014) of uit een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Als blijkt dat het kindje lijdt aan een van deze syndromen, word je begeleid om tot een beslissing te komen over het voortzetten of afbreken van de zwangerschap.

 
De 20 weken echo (SEO)

Halverwege de zwangerschap (tussen 18 en 22 weken) bestaat er de mogelijkheid om, door middel van echoscopisch onderzoek, verschillende structuren en organen van de baby in beeld te brengen. Gelukkig blijken veruit de meeste kinderen geen afwijkingen te hebben. Als blijkt dat er bij dit onderzoek een vermoeden is op een aangeboren afwijking, zal je voor vervolg onderzoek worden doorverwezen naar een gespecialiseerd centrum het Diaconessenhuis in Voorburg. Daar zal het echoscopisch onderzoek (GUO) worden herhaald en wordt besproken wat de eventuele gevolgen voor het leven van het kindje kunnen zijn. Afhankelijk van de ernst van de eventuele afwijkingen wordt met je gesproken over voortzetten of afbreken van de zwangerschap.

      PNS folder in Engels/Pools